Tenerife
 
 

GASTRONOMIE TENERIFE

     

BESCHRIJVING

 
     

GESPONSORDE LINKS

 
 
     


PUCHERO CANARIO, PAPAS ARRUGADAS

Wat hebben de Belgen en de Tinerfeños met elkaar gemeen ? Hun voorliefde voor de aardappel. Dit knolgewas is het grondleggend bestanddeel van de Canarische keuken.

Fanatieke verdedigers van de Canarische keuken brengen ontegensprekelijk het historisch bewijs. Het waren niet de Spaanse expedities die deze aardvrucht eerst naar Galicië en van daaruit naar Ierland verscheepten.

Integendeel! Volgens historische archieven van Las Palmas werden sinds 1567 in de haven van La Isleta aardappelen naar Antwerpen vervoerd. Bovendien schreef Jiménez de Quesada reeds in 1537 over dit gewas en zaaide daarmee de nodige verwarring. Hij noemde deze bruine knol “trufa”, wat truffel betekent. De Italianen maakten daarvan “tartufola”, de Duitsers deedden er nog een schepje bovenop en voor hun werd het oorspronkelijk “tartüffel” en wij, de Lage Landen, hielden het simpel en bestempelden deze lekkernij eenvoudigweg als “aardappel”.
Terug naar de Spaanse “patata”, hier “papa” genoemd. “Papas arrugadas” is een geliefd nevengerecht en wordt zowat geserveerd bij elk hoofdgerecht of het nu vis is of vlees. Deze donkere knollen met veel vruchtvlees, in zoutwater gekookt totdat ze er verschrompeld uitzien, worden met de schil gegeten. Daarbij serveert men “mojos”, heerlijke sauzen die niet meer weg te denken zijn uit de Canarische keuken. “Mojo verde” toebereid met koriander en “mojo picon” heerlijk pikant met veel rode pepers.

Laat je tijdens je verblijf zeker een “puchero” bereiden, een absolute aanrader. De basisingrediënten zijn aardappelen, kool, kikkererwten en maïs. Hiermee kun je talloze variaties samenstellen, zowel met groene als gele bonen, zoete aardappelen en wortelen. Vervolgens voegt men 7 soorten vlees toe en brengt men deze hutsepot op smaak met kruidnagel en paprika. Aan tafel kun je de groenten overgieten met olie en azijn, en de ultieme finishing touch, een lepeltje mojo.
Een typisch voorgerecht is een groenteconsommé waar kenners een beetje “gofio” doorheenroeren, een geroosterd meel van tarwe of maïs, gerst of gierst, het oorspronkelijke krachtvoer uit de tijd van de
Guanchen.

Nog een topper is de “conejo en salmerejo”, konijn in een pikante wijn- en looksaus.

Vis is natuurlijk ook niet weg te denken uit de Canarische keuken. Een inheemse soort en zeer geliefd is de “vieja” die je waarschijnlijk al te drogen hebt zien hangen. De “bocinegro”, de “sama” en de “salema” zijn verwand aan deze zeebrasem en ook niet te versmaden. De oceaan rondom deze archipel is ook rijk aan haringsoorten, de bekendste “de chicharro” (of makreel) gebruikt men ook als bijnaam voor de inwoners van Santa Cruz.