| |
Aguilas del Teide
Agua Park
Anaga Gebergte
Autotochten
Barranco del
Infierno
Barranco de Masca
Boottochten
Botanische tuin
De Baseliek van
Candelaria
Camel Park
Casa de los Balcones
Candelaria - Calletillas
Carmen mota Flamenco
Show
Costa del Silencio
Cueva del Viento
Los Cristianos - Las
Américas
Las Cañadas
El Drago Milenario
El Médano
El teleferique del
Teide
Garachico
Guanche Park
Jardines del
Atlantico
Jungle Park
Kliffen van Los
Gigantes
La Laguna
Lago Martianez
Las Cañadas
Loro Park
Mariposario
Musea in Tenerife
Nationaal Park Las
Canadas
Paardrijden
Paisaje Lunar
Parken in Tenerife
Parques Exoticos
Puerto de
la Cruz
Piramiden van Güimar
Playa de las
teresitas
Pueblo Chico
Siam Park
Sky Park
Teide en omgeving
Vilaflor
Vlindertuin
PLATTEGROND
|
|
|
|
Ofschoon de historici het niet helemaal eens zijn, denkt de meerderheid dat dit
volk van Berberse oorsprong was. Naar het schijnt zouden deze individuen zo´n
500 jaar V.C. op het eiland aangekomen zijn, wat zou betekenen dat hetzelfde
volk meer dan twee millenia op Tenerife overleefd zou hebben, tot ze onderworpen
werden door de Spaanse veroveraars in 1496.
De vele archeologische vindplaatsen hebben ons toegelaten hun vroegere
levensstijl te ontcijferen. De Guanchen waren op de eerste plaats veehoeders, en
deden in mindere mate ook aan landbouw en visvangst. De Guanches waren
gegroepeerd in verschillende maatschappijen met een eigen hiërarchie, waarin de
rol van koning werd uitgeoefend door een “Mencey” die aan het hoofd van de
“Tagoror” stond, wat de vereniging van mannen zou zijn die een soort regering
vormden en gerechtigheid deden geschieden.
De Guanchen geloofden in één God, die vereerd werd zo hoog mogelijk in de
bergen, om zo dicht mogelijk bij Hem te komen. De doden werden gebalsemd. Er
waren negen Menceyatos, wat overeenkomt met de negen natuurlijke gewesten van
Tenerife.
Het eiland had een bijnaam: Achinech. De naam Guanche zou afgeleid zijn van
diezelfde naam: Guanachinech, wat betekent “bewoner van het eiland”. Het waren
de oorspronkelijke bewoners van La Palma die het eiland Tenerife noemden, wat
afgeleid werd van “tene” ofwel berg, en “ife”, wit. Met de aankomst in 1402 van
de Normandiër Jean de Bethencourt aan het hoofd van de Castiliaanse troepen
begon de langzame verovering van de Canarische Eilanden. Eén na één vielen de
eilanden in handen van de troepen, sommigen heel snel en bijna zonder tegenstand
te bieden, zoals Fuerteventura en Lanzarote, andere eilanden na een sterke en
langdurige weerstand te bieden.
Tenerife was het laatste eiland dat zich aan de Spaanse veroveraars overgaf.
Fernando en Isabel hadden in 1493 het vasteland al terug heroverd en waren aan
het grote Amerikaanse avontuur begonnen. Maar vermits ze de strategische positie
van de Canarische archipel wilden garanderen, besloten ze de definitieve
verovering van de eilanden te steunen. Kapitein Alonso Fernandez de Lugo vroeg
en kreeg een forse, economische steun terwille van het beloofde succes. Eén jaar
later vertrok uit Gran Canaria de expeditie die de laatste en uiteindelijke slag
zou uitdelen. Een groot deel van de troepen bestond uit oorspronkelijke bewoners
van Gran Canaria, met aan het hoofd Tenesor Sémidan, die later Fernando
Guanarteme genoemd werd. Na een lange en bloedige strijd die trouwens de
expeditie verplichtte het aantal soldaten te verhogen, eindigde de verovering
van Tenerife op 25 juli 1496, en hiermee eindigde ook de slag om de Canarische
Eilanden.
|
|
|
|
|
|